Zwerfkatten voeren op je eigen terras: wat mag in een appartementsgebouw en wat niet?

Een bewoner zet op haar eigen terras eten voor zwerfkatten. Een andere bewoner vindt dat vervelend. De katten lopen door de tuin, verschijnen op andere terrassen of worden regelmatig rond het gebouw gezien.
Er ontstaan klachten. Op de algemene vergadering wordt voorgesteld om het voeren van katten gewoon te verbieden. Vervolgens beginnen bewoners foto's en filmpjes te maken van het terras om te bewijzen wie de katten eten geeft.
Mag je zwerfkatten voeren op je eigen terras? Kan een VME dat verbieden? En mogen andere bewoners je daarvoor zomaar fotograferen of filmen?
Het antwoord is niet zwart-wit.
In een appartementsgebouw spelen verschillende regels tegelijk: het Burgerlijk Wetboek, de regels van mede-eigendom, de statuten en het reglement van interne orde, het gemeentelijke politiereglement, dierenwelzijn, privacywetgeving, de Grondwet en Europese regelgeving. Bij cameragebruik komt daar ook de Camerawet bij.
Maar eigenlijk begint alles bij één eenvoudige vraag:
Is er werkelijk overlast, of stoort iemand zich gewoon aan het gedrag van een andere bewoner?
Mag je zwerfkatten voeren op je eigen terras?
Een privatief terras behoort tot de private gebruikssfeer van de eigenaar of bewoner.
Dat betekent niet dat op een privatief terras alles zomaar mag. Ook daar moet rekening worden gehouden met de rechten van de andere bewoners.
Het Burgerlijk Wetboek kent daarvoor onder meer het principe van bovenmatige burenhinder. Niet iedere hinder is echter verboden. Wie dicht bij andere mensen woont, moet de normale ongemakken van het samenleven tot op zekere hoogte verdragen.
En precies dat onderscheid is belangrijk. Een zwerfkat die af en toe over een terras loopt, is niet hetzelfde als een situatie waarbij door het structureel plaatsen van voedsel steeds meer dieren worden aangetrokken en er daardoor bijvoorbeeld uitwerpselen, geurhinder, voedselresten, ongedierte of beschadigingen ontstaan.
Het voeren van een zwerfkat en het veroorzaken van bovenmatige hinder zijn dus niet automatisch hetzelfde. De concrete gevolgen zijn belangrijk.
Kan de VME het voeren van katten gewoon verbieden?
Ook dat is niet zo eenvoudig. In een appartementsgebouw gelden uiteraard de basisakte, het reglement van mede-eigendom en het reglement van interne orde. Daarnaast kunnen beslissingen van de algemene vergadering regels vastleggen over het samenleven in het gebouw.
Maar daarmee stopt de juridische beoordeling niet. Ook het Burgerlijk Wetboek, de dwingende regels inzake appartementsmede-eigendom, het eigendomsrecht, de regels inzake burenhinder en andere hogere regelgeving blijven van toepassing.
Een beslissing wordt dus niet automatisch juridisch onaantastbaar omdat een meerderheid van de algemene vergadering ervoor heeft gestemd.
Zeker wanneer men zeer vergaand wil ingrijpen in wat iemand op een privatief gedeelte doet, moet worden bekeken welk probleem men precies probeert op te lossen en of de maatregel daarmee in verhouding staat.
Daarom is de vraag: “Welke concrete hinder willen we vermijden?” veel nuttiger dan:
“Hoe kunnen we verbieden dat deze bewoner katten eten geeft?”
Wanneer wordt katten voeren dan wél een probleem?
Dat hangt af van de concrete omstandigheden.
Denk bijvoorbeeld aan voedsel dat blijft liggen en ongedierte aantrekt, structurele geurhinder, uitwerpselen op gemeenschappelijke delen, grote aantallen dieren die door het voeren worden aangetrokken of beschadigingen aan het gebouw.
Dan ontstaat een ander verhaal. Maar ook dan moet een maatregel bij voorkeur gericht zijn op het oplossen van de hinder.
Is het probleem dat voedsel blijft liggen? Dan kan worden gevraagd om voedselresten onmiddellijk te verwijderen. Worden gemeenschappelijke delen vervuild? Dan kan tegen die vervuiling worden opgetreden. Zijn er steeds meer zwerfkatten? Dan kan het gemeentelijke zwerfkattenbeleid worden ingeschakeld. Een algemeen verbod is dus niet noodzakelijk de eerste of beste oplossing.
Zwerfkatten zijn bovendien een bijzondere situatie
Zwerfkatten zijn niet hetzelfde als huisdieren die een eigenaar bewust vrij laat rondlopen. In Vlaanderen moeten lokale besturen een beleid voeren rond zwerfkatten. Daarbij wordt gewerkt met onder meer melding, vangst, sterilisatie of castratie en verdere opvolging. Opvallend is dat het Vlaamse zwerfkattenbeleid voor opnieuw vrijgelaten zwerfkatten ook voorziet in gecontroleerde voeding en beschutting.
Wie regelmatig zwerfkatten rond een appartementsgebouw ziet, doet er daarom goed aan de dieren te melden bij het gemeentelijke zwerfkattenmeldpunt. Dat biedt vaak een veel constructievere oplossing dan een conflict tussen bewoners over wie een kat wel of geen eten mag geven.
Vergeet het politiereglement niet
Ook het politiereglement van de gemeente waarin het gebouw ligt, kan een belangrijke rol spelen. Gemeenten kunnen regels hebben over bijvoorbeeld het voederen van dieren, openbare netheid, voedselresten, ongedierte en dierenoverlast.
Wat in de ene gemeente is toegestaan, kan daarom in een andere gemeente anders geregeld zijn. Bij een concreet geschil moet dus altijd het toepasselijke politiereglement worden gecontroleerd.
Je kunt daarom niet voor ieder appartementsgebouw in België zomaar stellen: “Zwerfkatten voeren is verboden.”
Eerst moet worden bekeken waar het gebouw ligt, waar het voederen gebeurt, wat het lokale reglement bepaalt en of er daadwerkelijk hinder bestaat.
En dan beginnen de buren foto's te maken…
Hier ontstaat soms een tweede probleem.
Een bewoner ervaart hinder en wil die aantonen. Dat is op zichzelf begrijpelijk.
Maar bewijs verzamelen geeft niemand automatisch het recht om zijn buren voortdurend te observeren.
Er bestaat een belangrijk verschil tussen bijvoorbeeld een foto maken van voedselresten die op een gemeenschappelijk gedeelte zijn achtergelaten en dagenlang een privatief terras observeren om te registreren wanneer een buur buitenkomt en wat zij daar doet.
Zodra personen herkenbaar worden gefotografeerd of gefilmd, kunnen onder andere het recht op privacy, het recht op afbeelding en de regels inzake persoonsgegevens relevant worden. Artikel 22 van de Belgische Grondwet beschermt bovendien het privé- en gezinsleven. Ook artikel 8 EVRM en de Europese regels inzake gegevensbescherming spelen een rol. “Ik verzamel bewijs” is dus geen algemene vrijgeleide om een buur systematisch te fotograferen of filmen.
Wat als iemand een camera op het terras van de buur richt?
Dan wordt de situatie nog gevoeliger. Voor bewakingscamera's bestaat in België specifieke regelgeving. Een particulier mag een bewakingscamera niet zomaar doelgericht gebruiken om de private eigendom van zijn buur te observeren. Wanneer een andere eigendom onvermijdelijk gedeeltelijk in beeld komt, moet dat zoveel mogelijk worden beperkt.
Ook de proportionaliteit speelt een belangrijke rol: staat de inbreuk op de privacy in verhouding tot het doel dat men probeert te bereiken en kon dat doel niet op een minder ingrijpende manier worden bereikt?
De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft bovendien al opgetreden in burengeschillen waarbij camera's ook de eigendom van andere bewoners filmden.
Ook het Europese Hof van Justitie heeft zich hierover uitgesproken. In de zaak Ryneš (C-212/13) werd geoordeeld dat camerabewaking die zich buiten de zuiver persoonlijke of huishoudelijke sfeer uitstrekt, niet zomaar onder de uitzondering voor louter privégebruik valt.
Een conflict over enkele zwerfkatten mag dus niet ontaarden in een situatie waarin bewoners elkaar voortdurend beginnen te filmen.
Hoe pakken wij zo'n situatie aan?
Bij Skyline Plus beginnen we niet met de vraag: “Wie geeft de katten eten?”
We beginnen met: “Welke concrete hinder wordt er gemeld?”
Dat onderscheid is belangrijk.
We bekijken eerst wat er werkelijk aan de hand is. Zijn er voedselresten op de gemeenschappelijke delen? Is er geurhinder? Zijn er uitwerpselen? Wordt ongedierte aangetrokken? Gaat het om één of twee zwerfkatten of ontstaat er een steeds grotere groep? Vervolgens bekijken we welke regels op de concrete situatie van toepassing zijn. Daarbij beperken we ons niet tot het reglement van interne orde. Ook de basisakte en het reglement van mede-eigendom, het Burgerlijk Wetboek, de regels inzake burenhinder, het lokale politiereglement, dierenwelzijn en — wanneer bewoners elkaar beginnen te fotograferen of filmen — de privacy- en camerawetgeving kunnen relevant zijn.
Gaat het daadwerkelijk om zwerfkatten, dan betrekken we ook het gemeentelijke zwerfkattenbeleid bij de oplossing. Ons uitgangspunt is daarbij eenvoudig:
Een regel of maatregel moet het probleem oplossen. Niet de persoon bestrijden die onderwerp van de klacht is.
Een praktische oplossing is meestal mogelijk
Vaak hoeft zo'n situatie helemaal geen juridische veldslag te worden.
Er kunnen bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt over gecontroleerd voeren, waarbij geen voedsel op de gemeenschappelijke delen wordt geplaatst, voedsel niet urenlang blijft staan en de voederplaats proper wordt gehouden. Tegelijk kunnen de zwerfkatten bij de gemeente worden gemeld zodat ze binnen het lokale zwerfkattenbeleid kunnen worden opgevolgd. Daarmee kunnen twee belangen worden gecombineerd:
dierenwelzijn én het vermijden van overlast voor de andere bewoners.
Blijft er ondanks redelijke maatregelen aantoonbare en aanhoudende bovenmatige hinder bestaan, dan kan worden bekeken welke verdere stappen binnen de mede-eigendom mogelijk zijn. En hetzelfde geldt voor de andere kant van het conflict.
Een bewoner die hinder wil aantonen, mag daarom nog niet automatisch de privacyregels naast zich neerleggen. Een burengeschil wordt zelden beter wanneer bewoners elkaar beginnen te observeren, fotograferen en filmen.
Als syndicus bewaken we beide kanten: het rustig genot van het gebouw én de rechten van iedere individuele bewoner.
Mede-eigendom vraagt ook een beetje verdraagzaamheid
Wie in een appartementsgebouw woont, leeft dicht bij andere mensen.
De ene bewoner heeft een hond. De andere heeft kinderen. Iemand rookt op zijn terras. Iemand houdt van planten. En iemand anders zet eten voor een zwerfkat.
Dat betekent niet dat alles moet worden toegestaan.
Maar het betekent evenmin dat alles wat één bewoner vervelend vindt automatisch overlast is.
Daarom maken wij een onderscheid tussen drie zaken:
Wat is een gewone ergernis?
Wat is werkelijke hinder?
En wanneer wordt die hinder bovenmatig?
Pas daarna kan worden bepaald welke maatregel passend is.
Tip van uw syndicus
Begin bij de hinder, niet bij de persoon.
“Mijn buur voert katten” beschrijft een persoon en een handeling.
“Er blijven dagelijks voedselresten achter waardoor ongedierte ontstaat” beschrijft een concreet probleem. En precies dat verschil brengt een mede-eigendom veel sneller bij een werkbare oplossing.




Opmerkingen